FreinetonderwijsNiet het leren uit de schoolboeken, maar het leren door te ervaren en te beleven staat centraal bij het Freinetonderwijs. Deze onderwijsmethode is ontwikkeld door de Franse onderwijzer en pedagoog Célestin Freinet die in 1920 bemerkte dat zijn leerlingen wel leergierig waren, maar de schoolboeken links lieten liggen. Hij besloot daarop de leerlingen mee te nemen naar buiten en bedrijfjes in buurt om hen vervolgens verslagen en verhalen te laten maken over hun ervaringen. Het uitgangspunt van het Freinetonderwijs is dan ook, dat onderwijs niet uit moet gaan van het abstract-intelligente, maar van de alledaagse leefwereld van kinderen.

In het Freinetonderwijs bestaat er een groot respect voor de mening en eigenheid van leerlingen, ouders en leerkrachten. Hierdoor is een Freinetschool een coöperatieve leef- en werkgemeenschap waar deze drie groepen serieus genomen worden en samen de verantwoordelijkheid dragen.

Het Freinetonderwijs onderschrijft de gedachte dat kinderen gemotiveerd aan het werk gaan wanneer zij zelf mogen kiezen wat zij doen. Wanneer een kind iets uit wil zoeken, maakt hij of zij hier onder begeleiding van de leerkracht een plan voor. Een leerplan heeft een zinvol doel: er wordt iets met een reden uitgezocht en daarbij zijn ook vaardigheden (lezen, schrijven, de atlas gebruiken) nodig die hiermee ontwikkeld worden. De kinderen leren door experimenteel te zoeken en te ontdekken, in plaats van dat hen iets van tevoren uitgelegd krijgen. Deze leerplannen en opgedane kennis worden gedeeld met de andere leerlingen. Het vermenigvuldigen en delen van kennis is dan ook een belangrijk kenmerk van het Freinetonderwijs.

In Nederland zijn er circa 16 Freinetscholen.