JenaplanonderwijsHet Jenaplanonderwijs dankt zijn naam aan de plaats Jena in Duitsland. In 1924 ontwikkelde Peter Petersen hier een nieuwe onderwijsmethode waarbij hij kinderen van verschillende leeftijden in één groep zette. In 1955 kreeg het Jenaplanonderwijs ook in Nederland vaste voet aan de grond en inmiddels zijn er zo’n 230 Jenaplanscholen in ons land te vinden.

Een Jenaplanschool is een gemeenschap van kinderen, leerkrachten en ouders. Deze laatste groep speelt in het Jenaplanonderwijs een belangrijke rol op allerlei niveaus en de keuze voor deze vorm van onderwijs moet dan ook bewust gemaakt worden.

Bij het Jenaplanonderwijs staat het kind centraal. Het uitgangspunt is dat ieder kind uniek is in zijn of haar ontwikkeling, talenten en leerstijl. Hierdoor krijgen ze in deze onderwijsvorm de ruimte om zich zo breed mogelijk te ontwikkelen de basis hiervoor wordt gelegd door kinderen van verschillende leeftijden in een stamgroep bij elkaar te zetten. Op deze manier kunnen zij van elkaar leren.

De vier basisactiviteiten van het Jenaplanonderwijs zijn spreken, spelen, werken en vieren. Dit wordt gezien als de manier waarop mensen leven en leren. Het onderwijs op een Jenaplanschool omvat dan ook veel meer dan alleen het aanleren van de gebruikelijke kennis en vaardigheden zoals rekenen, lezen en schrijven. Leerlingen van een Jenaplanschool werken daarnaast aan (thematische) projecten en leren om zelfstandig hun werk te plannen en uit te voeren.

Het Jenaplanonderwijs stimuleert kinderen om zelf initiatief te nemen, om mee te praten over allerlei onderwerpen en om mee te denken.