Logo MontessorionderwijsHet Montessorionderwijs is ontstaan aan het begin van de twintigste eeuw en is genoemd naar de grondlegger van deze onderwijsvorm Maria Montessori. Deze Italiaanse arts ontwikkelde haar onderwijsmethode nadat ze in aanraking was gekomen met kinderen die als ‘idioot’ werden beschouwd, maar in werkelijkheid zich nooit hadden kunnen ontwikkelen door een gebrek aan speelgoed of leermiddelen. Eén van de kenmerken van het Montessorionderwijs zijn dan ook de speciale leermiddelen waarmee leerlingen zich kunnen ontwikkelen.

Het bekendste kenmerk van het Montessorionderwijs is echter de zelfstandigheid van de leerlingen. Het uitgangspunt van het Montessorionderwijs is dat kinderen een natuurlijke, noodzakelijke drang tot zelfontplooiing hebben. Het onderwijs is er dan ook op gericht om te onderkennen wat de behoeften van een kind op een gegeven moment zijn en speelt hierop in door de juiste omgeving en het juiste materiaal te bieden.

In het Montessorionderwijs hebben de leerlingen zelf de vrijheid om te kiezen uit de aanwezige leermiddelen (keuzevrijheid). Hiermee mogen ze zo lang werken als zij zelf willen (tempovrijheid) en zij mogen de materialen ook zelf pakken en weer terugleggen (bewegingsvrijheid). De kinderen doen alles zo goed mogelijk naar hun eigen vermogen (niveauvrijheid). Deze vrijheden hebben als resultaat, dat Montessorileerlingen gemotiveerd worden om hun uiterste best te doen. Zij ontvangen dan ook geen cijferbeoordelingen, maar de speciaal voor het Montessorionderwijs opgeleide leerkracht houdt de vorderingen en de ontwikkelingen van de leerlingen bij.

Een montessorischool heeft geen klassen, maar een onderbouw (4 tot 6 jaar), middenbouw (6 tot 9 jaar) en bovenbouw (9 tot 12 jaar). Hierin zitten altijd leerlingen van drie leeftijdsgroepen door elkaar heen, zodat de kinderen zich kunnen spiegelen aan anderen. In iedere periode behoort een kind dus een keer de jongste, middelste en oudste leerlingen van de groep.

In Nederland zijn zo’n 160 door de NMV erkende montessorischolen voor basisonderwijs. Ook zijn er montessoripeutergroepen en -kinderdagverblijven. Na de basisschool kunnen leerlingen doorstromen naar montessorischolen voor middelbaar onderwijs.